Aardappelen oogsten
De plant stopt met groeien als het loof vergeelt en verwelkt. Dan stopt de plant met groeien en stopt ze zijn energie in het volledig afrijpen van de knollen.
Aardappelen zijn klaar om te oogsten wanneer het loof begint te vergelen en af te sterven. Dit is een teken dat de knollen onder de grond voldoende zijn gegroeid en hun schil steviger wordt.
Voor vroege aardappelen hoef je niet altijd te wachten tot het loof afsterft. Ongeveer twee tot drie weken nadat de planten hebben gebloeid, kan je voorzichtig een plant uitgraven om te controleren of de aardappelen groot genoeg zijn.
Voor bewaaraardappelen is het beter te wachten tot het loof bijna volledig is afgestorven. Knip het loof eventueel een week voor de oogst af. Hierdoor kan de schil verder verharden, wat de bewaarkwaliteit verbetert.
Om te controleren of de aardappelen oogstrijp zijn, kun je een knol opgraven en met je duim over de schil wrijven. Als de schil niet gemakkelijk loskomt, zijn de aardappelen klaar voor de oogst.
Oogst bij voorkeur op een droge dag en laat de aardappelen kort opdrogen voordat je ze bewaart op een koele, donkere en goed geventileerde plaats. Zo blijven ze langer goed.
Oogsten maar!