Van zaad tot vrucht
Van zaad tot vrucht begint het leven van een plant met een klein, ogenschijnlijk eenvoudig begin: het zaad. In dat zaad zit een kiem, een minuscuul plantje met een voedselvoorraad om de eerste groei mogelijk te maken.
Wanneer het zaad in de aarde terechtkomt en voldoende water, warmte en zuurstof krijgt, begint het te ontkiemen. Eerst groeit er een worteltje naar beneden, dat water en voedingsstoffen opneemt. Daarna verschijnt er een stengeltje dat zich een weg naar het licht baant.
Zodra de plant boven de grond komt, ontwikkelen zich bladeren. Met behulp van zonlicht maakt de plant via fotosynthese zijn eigen voedsel aan.
De plant groeit verder en vormt uiteindelijk bloemen. In de bloem vindt bestuiving plaats, vaak met hulp van insecten of de wind.
Na de bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een vrucht, met daarin nieuwe zaden.
Zo is de kringloop rond: uit een zaad groeit een plant, uit de bloem ontstaat een vrucht, en in die vrucht zitten weer zaden voor een nieuwe generatie.
